Mais is een echte veelvraat in de moestuin: mais bemesten is dus cruciaal voor een goede oogst. Begin met het verrijken van de grond met compost of meststof, liefst 2-3 weken vóór het zaaien of uitplanten. Zodra je planten zo’n 15-20 cm hoog zijn, geef je nogmaals voeding bij. Een extra portie rond de bloei helpt om mooie, volle kolven te krijgen.
In deze gids lees je precies wanneer en hoe je maisplanten het beste bemest, hoeveel voeding ze daadwerkelijk nodig hebben en waar je op moet letten qua signalen van tekort.
Heeft mais meststof nodig?
Absoluut, en flink ook. Mais haalt veel stikstof uit de bodem om stevige, groene bladeren te maken. Bij de ontwikkeling van de kolven vragen de planten ook veel kalium en fosfor. Als je start met arme grond, blijven de planten steken in hun groei en krijg je kleine kolven.
Werk daarom goed verteerde compost of organische meststof door de aarde, uiterlijk 2 à 3 weken voor je zaait of uitplant. Zo krijgen je planten het hele seizoen gelijkmatig voeding en verbetert tegelijkertijd de structuur en het waterbergend vermogen van de grond — iets waar mais dol op is.
Wanneer mais bemesten?
De eerste weken na het ontkiemen hebben maisplanten geen extra bemesting nodig; de jonge plantjes focussen dan op wortel- en bladgroei. Als de mais 15 à 20 cm groot is, geef je de eerste gift, en een tweede wanneer de zogenaamde ‘zijde’ of draadjes bij de kolven verschijnen (rond de bloei).
Een handig overzicht:
- Meng compost of meststof door de bodem voordat je zaait.
- De eerste extra gift als de planten 15-20 cm hoog zijn, meestal 3-4 weken na opkomst.
- Een tweede bemesting zodra de zijde uit de kolven groeit.
Hoe vaak en hoeveel bemesten?
Mais kan best wat meer voeding verdragen dan bijvoorbeeld bladgroenten. Maar geef niet ineens teveel, zeker niet als je met alleen kunstmest werkt: dat maakt de planten slap en kwetsbaar. Het is veel beter om regelmatig kleine hoeveelheden organische meststof toe te voegen dan één keer te veel in één keer te geven.
- Vloeibare meststof: om de 2 tot 3 weken, vanaf 15-20 cm hoogte.
- Compost als mulchlaag: leg een dunne laag rond de plantvoeten als de planten 30-40 cm hoog zijn, werk lichtjes in en geef water.
- Kippenmest of geconcentreerde organische meststof: een klein beetje rond elke plant zodra de zijde zichtbaar wordt.
Weet je niet zeker wat geschikt is voor jouw moestuinbed? Je vindt meer soorten meststof hier.
Tekenen van een tekort aan voeding
Mais laat duidelijk merken als hij wat tekortkomt. Let daarom vooral op de volgende symptomen:
- Lichte, geel wordende onderste bladeren: meestal gebrek aan stikstof, vooral op oudere bladeren.
- Rode of paarse strepen op bladeren en stengels: vaak een fosfortekort of te koude grond.
- Gele bladranden en bruine vlekjes: kan op kaliumgebrek wijzen, vooral als de kolven zich vormen.
- Kleine, dunne planten met trage groei: algemene voedingstekorten of te koude grond bij jonge planten.
Voeding en water zijn nauw verbonden: als je veel water geeft, spoelen voedingsstoffen uit de bodem; is het te droog, kan de plant ze niet opnemen — ook al zijn ze er wél.
Lees er meer over in onze gids over mais water geven.
Voorkom overbemesting bij mais
Mais houdt van voeding, maar teveel stikstof zorgt voor hoge, weelderige planten met veel blad, maar kleine kolven. De plant steekt dan zijn energie vooral in het blad, maar niet in de kolf. Zeker bij natte grond vergroot dat ook het risico op wortelproblemen en schimmel op de kolven.
Lees meer tips om dit te voorkomen in ons artikel over mais ziekten en plagen.
Meer inspiratie voor je maisteelt
Mais bemesten is slechts één van de sleutels tot succes in de teelt. Met een paar extra aandachtspunten maak je het verschil in smaak en opbrengst gedurende het seizoen.
Meer weten over mais? Deze andere gidsen zijn misschien ook interessant voor je:
Nog op zoek naar zaden voor deze zomer? Ontdek het uitgebreide assortiment biologische mais zaden hier.
