De meest voorkomende problemen bij maïs zijn meestal mais ziektes als maïsbrand, vogels, slakken en bladluizen – en soms kolven die maar half gevuld zijn door slechte bestuiving. In deze gids geef ik je overzicht: waar moet je op letten, hoe herken je de problemen, en vooral hoe kun je allerlei ziekten en plagen voorkomen en aanpakken?
Waarom treden er mais ziektes op?
Mais ziektes en plagen ontstaan zelden zomaar toevallig. Vaak hangen ze direct samen met de groeiomstandigheden. Warmte, vocht, voeding en de kwaliteit van de grond moeten enigszins in balans zijn. Staan de planten te dicht op elkaar, te nat of krijgen ze onregelmatig water? Dan zijn ze vatbaarder voor problemen.
Een gezonde maisplant is vrij sterk en weerbaar. Het zijn juist de gestreste planten die worden aangevallen. Meer weten? Lees hier meer over het water geven van maïs en het bemesten van maïs om je planten sterker te maken.
Maïsbrand (Ustilago maydis)
Maïsbrand is waarschijnlijk de bekendste onder de mais ziektes. Deze schimmel wordt inmiddels ook Mycosarcoma maydis genoemd. Je herkent hem aan grote, grijze of zwarte zwellingen op kolven, stengels en bladeren. Binnenin deze bulten zit een zwart sporenpoeder, dat makkelijk verspreidt zodra de zwelling openbarst.
De schimmel dringt meestal de plant binnen via wonden na hagel, windschade of bijvoorbeeld tijdens het wieden. Vooral gestreste planten, bijvoorbeeld bij droogte, zijn gevoeliger. De sporen kunnen jarenlang in de grond of op oude plantenresten overleven.
Zo voorkom je maïsbrand:
- Verwijder aangetaste delen direct en gooi ze bij het huisvuil – nooit op de composthoop.
- Wees voorzichtig bij wieden en verzorging, zodat je de planten niet beschadigt.
- Pas vruchtwisseling toe, zodat je niet jaar op jaar maïs op dezelfde plek teelt.
- Houd de watergift gelijkmatig; droogtestress verhoogt de kans op deze schimmel.
Bladvlekkenziekte en andere schimmels in maïs
Bladvlekkenziekte uit zich als kleine, langwerpige bruine of grijze vlekjes op de bladeren, die langzaam uitbreiden en uiteindelijk het blad vanaf de onderkant laten verdorren. De schimmel verspreidt zich bij vochtig en warm weer en overwintert op plantenresten in de bodem. Voorkomen doe je op dezelfde manier als bij maïsbrand: aangetaste bladeren meteen verwijderen, niet over het gewas sproeien en planten genoeg ruimte geven.
Fusarium en kolfrot herken je aan roodachtige, roze of witte schimmelplekken op de kolven, vooral na vochtige, regenachtige zomers. De aantasting begint vaak in een paar korrels, maar kan zich uitbreiden tot grotere delen van de kolf die dan zacht en verkleurd wordt. Behalve kwaliteitsverlies kunnen sommige Fusarium-soorten ook gifstoffen (mycotoxines) maken, waardoor de oogst ongeschikt is voor mens en dier. Aangetaste kolven kun je daarom beter volledig weggooien en zeker niet eten of bewaren als zaaizaad.
Maïs ongedierte
Vogels
Kraaien, spreeuwen en andere vogels zijn flinke maïs ongedierte. Ze trekken jonge kiemplantjes uit om het geweekte zaad op te eten, en pikken gaten in rijpe kolven waardoor schimmel snel naar binnen kan. Je herkent schade als opgetrokken stekjes of kolven met kapotgetrokken schutbladeren in de top.
Voorkom vogelvraat:
- Bedek het zaaibed de eerste weken met een vogelnet.
- Plaats paaltjes met lint of reflecterend materiaal in het bed om vogels te verjagen.
- Zaai voor of kweek de planten binnen voor, zodat je grotere, minder kwetsbare planten uitplant.
Slakken
Slakken zijn dol op jonge maisplanten en kunnen in één nacht een hele rij kaalvreten. Je vindt ronde gaten in de bladeren en glinsterende slijmsporen als bewijs van hun bezoek.
Slakken weren:
- Verzamel slakken in de avond of vroege ochtend van je planten.
- Gebruik onze slakkenval of leg koperband rondom het bed.
- Houd de omgeving schoon van afval, hout en andere schuilplaatsen.
Bladluizen in maïs
Kleine groene of zwarte beestjes die in groepjes op jonge scheuten en aan de onderkant van bladeren zitten. Ze zuigen plantensap en laten een plakkerige honingdauw achter, wat schimmels en mieren kan aantrekken. Ernstige aantastingen verzwakken de plant en kunnen de opbrengst verlagen.
- Spoel ze van de plant af met een harde waterstraal.
- Lok lieveheersbeestjes en zweefvliegen door bloemen zoals goudsbloem en komkommerkruid bij de maïs te zaaien.
- Bij ernstige aantasting kun je overwegen producten uit ons assortiment insectenvrij te gebruiken.
Maïsstengelboorder (maïsboorder)
De maïsstengelboorder, of maïsboorder (Ostrinia nubilalis), is bekend als vervelend maïs ongedierte. De larven boren zich namelijk in stengels en kolven en maken daar gangen. Je ziet dat aan kleine gaatjes met bruin boormeel rondom de opening, en bij zwaar aangetaste planten knikken stengels af bij wind.
De larven overwinteren in oude maïsstengels. In het voorjaar komen de volwassen motten tevoorschijn en leggen hun eitjes op de planten. De jonge larven kruipen enkele weken later uit het ei en boren zich direct in.
Voorkom stengelboorders:
- Verwijder aan het einde van het seizoen alle oude stengels uit je moestuin of veld, zodat er geen larven overwinteren.
- Teel maïs niet elk jaar op dezelfde plek.
- Zijn slechts enkele planten aangetast? Knip die delen af en gooi ze bij het huisvuil, niet op de compost.
Halve kolven en slechte bestuiving
Geen ziekte maar wel één van de meest voorkomende problemen bij de teelt: kolven die maar half gevuld zijn met korrels. Oorzaak is bijna altijd matige bestuiving. Maïs wordt door de wind bestoven: het stuifmeel uit de pluim bovenin de plant moet op de draden (de zogenaamde ‘zijde’) vallen die bij elke korrel horen.
Staan de planten in één enkele rij of te ver uit elkaar? Dan waait veel stuifmeel weg zonder de kolven te bereiken, waardoor sommige korrels niet ontwikkelen. Zaai maïs daarom steeds in vierkante blokken, minstens 4 x 4 planten.
Meer leren over maïs
Goed voorkomen van mais ziektes begint al als je plannen maakt om maïs te zaaien. Meer achtergrond vind je in onze andere gidsen:
En als je voor het komende seizoen weer verse zaden nodig hebt, vind je hier een mooie selectie van sterke en smakelijke maïs rassen.
