Bonen zijn een van de weinige groenten in de moestuin die het prima doen met nauwelijks meststof. Ze gaan namelijk een samenwerking aan met knolbacteriën op hun wortels, die stikstof uit de lucht binden. Zo maken bonen in feite hun eigen voeding aan. Daarom is bonen bemesten meestal nauwelijks nodig.
Bonen bemesten draait dus vooral om niet te veel doen. Op deze pagina lees je waar bonen wél baat bij hebben, wanneer extra bemesting zinvol is en waarmee je bonen het beste kunt bemesten.
Waarom bonen zo weinig voeding vragen
Op de wortels van bonen zitten kleine knolletjes waarin bacteriën de stikstof uit de lucht omzetten in een vorm die de plant direct kan opnemen. Daarom gelden bonen ook als bodemverrijkende gewassen in een goed vruchtwisselingsplan.
Geef je daar bovenop nog veel stikstofmest, dan kan dat averechts uitpakken. De plant stopt zijn energie dan vooral in het maken van bladeren, minder in bloemen, zodat je vooral een mooie groene massa krijgt – maar teleurstellend weinig peulen. Bovendien worden de bladeren slap en zijn ze gevoeliger voor luizen en schimmels.
Zo bereid je de grond voor
Het belangrijkste werk doe je vóór het zaaien. Bonen houden van een losse, humusrijke grond die niet vast of kleiachtig is.
- Werk een bescheiden hoeveelheid compost door de bovenste 20 cm aarde, bijvoorbeeld een laag van 2 à 3 cm.
- Gebruik geen verse stalmest; dat geeft juist een overdaad aan stikstof aan de bonen.
- Is de grond heel arm en zanderig, dan kun je enkele weken voor het zaaien wat organische meststof door de aarde werken.
Heb je vorig jaar al compost toegevoegd aan het bed, dan hoef je dit seizoen vaak helemaal niets meer te doen.
Wanneer kun je bonen extra bemesten?
Er zijn drie situaties waarin bonen wat extra voeding kunnen gebruiken gedurende het seizoen:
- In potten en balkonbakken: Hier is het grondvolume klein, en spoelt voeding sneller uit door het watergeven. Gebruik vloeibare meststof op halve sterkte, elke twee à drie weken vanaf het moment dat de planten beginnen te bloeien. Zo kun je bonen in pot bemesten zonder risico op overbemesting.
- Op hele zanderige gronden: In zandgrond blijft voeding slecht hangen. Een keer extra meststof bij de bloei kan dan verschil maken.
- Bij duidelijke gebreksverschijnselen: Worden de onderste bladeren egaal lichtgeel terwijl de bodem vochtig is, dan kan er te weinig voeding beschikbaar zijn.
Kies in dat geval een meststof die laag is in stikstof, maar met een hoger gehalte aan kalium. Kalium bevordert de bloei en de ontwikkeling van bonenpeulen. Een gewone tuinmeststof die evenwichtig is samengesteld, werkt hier ook prima in bescheiden hoeveelheid. Let altijd op waarmee bonen bemesten het meest geschikt is voor jouw teeltwijze.
Laat de wortels in de grond zitten
Als het seizoen voorbij is, knip de bonenplanten dan bij de grond af in plaats van ze eruit te trekken. Zo blijven het wortelstelsel en de stikstofknolletjes in de aarde achter, waar ze in de winter verteren en zo voeding geven aan het volgende gewas.
Dit is een simpele manier om de bodem te verbeteren en één van de redenen waarom bonen zo’n waardevolle rol spelen in een vruchtwisselschema. Zaai het jaar erop gerust een voedingseisende groente zoals kool of pompoen op dezelfde plek.
Wil je meer lezen over hoe je bonen kweekt en verzorgt, kijk dan in onze uitgebreide gids over bonen zaaien.
Meer inspiratie voor je bonenbed
Wil je nog meer weten over bonen? Bekijk dan zeker ook onze andere handige gidsen:
- Bonen water geven
- Bonen voorzaaien
- Bonen opbinden
- Bonen bewaren
- Plantafstand tussen bonenplanten
- Bonen oogsten
- Boonziekten en plagen
Op zoek naar zaden voor het nieuwe seizoen? Bekijk dan het ruime assortiment bonenzaden hier.
