Droom je ervan om zelf bonen te kweken? Dat snappen we heel goed. Bonen zijn geweldig, eenvoudig te telen en bovendien rijk aan eiwitten. Wat wil je nog meer?
Bonen houden van warmte en kunnen absoluut niet tegen vorst. Begin daarom pas met bonen zaaien als de grond minstens 10 °C is, bij voorkeur zelfs 12-15 °C. Zaai de bonen op een diepte van 2-3 cm. Is de aarde te koud, dan kiemen de zaden traag of rotten ze voordat ze bovenkomen.
In deze gids neem ik je stap-voor-stap mee door het kweken van bonen: van de eerste bonenzaden in de grond tot het opbinden, verzorgen, oogsten en bewaren. Ook vind je onderweg links naar verdiepende gidsen als je meer over een bepaald onderwerp wilt weten.
Waar kun je bonen kweken?
Bonen staan graag op een zonnige, warme en beschutte plek. Ze groeien in vrijwel elke grondsoort, zolang de aarde los is en niet nat blijft staan.
- Buiten in de tuin: Dit is de meest gangbare manier. Kies een zonnige, beschutte plek in de moestuin, bij voorkeur een bed waar vorig jaar geen bonen of erwten hebben gestaan.
- In de kas: Hier profiteer je van een warmere grond en kun je eerder beginnen. Zorg wel voor goede ventilatie, want stilstaande en vochtige lucht vergroot de kans op schimmels.
- In potten en balkonbakken: Struikbonen doen het prima in een pot van bijvoorbeeld 10-15 liter. Voor stokbonen heb je minimaal 30 liter aarde en een stevig klimrek nodig.
Welke soorten bonen kies je?
Bonen zaaien kan bij verschillende plantensoorten die ieder hun eigen aanpak vragen. Kies daarom eerst het type boon en daarna pas het ras. Een kort overzicht van de bonentypes die je bij Blomea vindt:
- Struikbonen worden ongeveer 40-50 cm hoog en hebben meestal geen ondersteuning nodig. Ze geven hun peulen min of meer tegelijk af, ideaal als je graag een grote oogst in één keer wilt invriezen.
- Stokbonen klimmen langs een rek tot 2-3 meter hoog en produceren wekenlang door, zes tot acht weken lang. Met stokbonen haal je het hoogste rendement per vierkante meter.
- Veldbonen springen eruit omdat ze al vanaf maart buiten kunnen worden gezaaid, lang voordat je met andere bonensoorten start. Ze zijn goed bestand tegen kou.
- Pronkbonen groeien net als stokbonen omhoog en bloeien opvallend met grote rode bloemen. Ze zijn dus zowel eetbaar als decoratief in de tuin.
- Edamame-bonen zijn eigenlijk sojabonen die je onrijp oogst. Deze bonen zijn het meest warmtebehoeftig en hebben minstens 15 °C bodemtemperatuur nodig.
Bonen zaaien – zo begin je goed
De zaden van bonen zijn groot en gemakkelijk te hanteren, daarom is bonen zaaien een fijn klusje voor kinderen. Het belangrijkste is het juiste tijdstip. Zaai bonen niet te vroeg; wacht tot de nachten zacht en de grond voldoende warm is.
Voordat je gaat zaaien, maak je het bed klaar:
- Maak de aarde los tot zo’n 20-25 cm diep en verwijder stenen en klonten.
- Meng wat compost door de grond, maar gebruik niet te veel (kunst)mest.
- Kies idealiter een stuk grond waar de afgelopen drie à vier jaar geen bonen of erwten stonden.
Bonen zaaien stap voor stap:
- Week eventueel de bonenzaden 4-8 uur in lauw water voor je ze zaait, zodat ze sneller kiemen.
- Trek een geultje of maak gaatjes van 2-3 cm diep.
- Leg de zaden op de voorgeschreven afstand uit, en zaai gerust een paar extra voor de zekerheid.
- Bedek met aarde en druk zachtjes aan zodat de bonen goed contact maken met de grond.
- Geef rustig water met een fijne broes, zodat de zaden niet opspoelen.
- Houd de grond gelijkmatig vochtig tot de kiemplantjes boven komen.
In warme aarde kiemen bonen binnen 8-14 dagen. Bij slechts 10 °C kan het wel drie weken duren en loopt het risico op rotten op. Wil je het seizoen alvast starten, kun je binnen voorzaaien. Lees alles hierover in onze gids over het voorzaaien van bonen.
Afstanden en opbinden
De plantafstand bij bonen hangt af van het type. Struikbonen zaai je 10-15 cm uit elkaar in de rij, met 45-60 cm tussen de rijen. Stokbonen hebben meer ruimte nodig: zo’n 20-25 cm tussen de planten en 75-100 cm tussen de rijen, of vier tot zes planten rondom elk klimrek.
Stokbonen en pronkbonen hebben vanaf het begin een stevig rek nodig. Plaats dit voor je gaat zaaien, om schade aan de wortels te voorkomen. Je vindt plantenstokken en jute touw voor bonen in ons assortiment handige accessoires.
Wil je precies weten welke afstanden je aanhoudt? Lees dan onze gidsen over plantafstand voor bonen en het opbinden van bonen.
Wanneer kun je bonen oogsten?
Meestal zijn bonen 50-70 dagen na het bonen zaaien klaar om te plukken. Dat is vanaf juli tot aan de eerste koude nachten. De peulen moeten knapperig zijn en stevig breken als je ze buigt.
Oogst elke drie tot vijf dagen. Hoe vaker je plukt, hoe meer bloemen én bonen de plant produceert en hoe langer het seizoen doorgaat. Gebruik één hand om de stengel vast te houden en knijp met de andere de peul los, zodat je de plant niet lostrekt.
Let op: bonen moet je altijd koken of stomen voordat je ze eet. Meer over plukken en timing vind je in onze gids over het oogsten van bonen.
Zorg voor bonen gedurende het seizoen
Staan de bonen eenmaal boven, dan doen ze voor het grootste deel het werk zelf. Voor jou blijft vooral: zorgen dat de grond bij de wortels niet uitdroogt, onkruid wieden en regelmatig plukken als de peulen verschijnen.
Wil je meer leren over bonen in de moestuin? Neem dan ook eens een kijkje bij deze gidsen:
- Bonen water geven – wanneer water echt belangrijk is
- Bonen bemesten – waarom bonen met weinig voeding toekomen
- Bonen bewaren – in de koelkast, vriezer of gedroogd
- Ziekten en plagen bij bonen
Klaar om zelf bonen te kweken?
Zelf bonen kweken vraagt niet veel, maar levert veel op. Warme aarde, een stevig rek bij de hoge rassen en regelmatig water geven zijn de belangrijkste punten—de rest doen de planten meestal zelf.
Hopelijk heeft deze gids je op weg geholpen én zin gegeven om aan de slag te gaan!
En zoek je nog zaden om te starten? Bekijk dan ons ruime aanbod biologische en smaakvolle bonenzaden hier.
